Gratis koffie maakt je geen tweede Zuckerberg

Gratis koffie maakt je geen tweede Zuckerberg

Delen op

Je wordt niet op je eentje de nieuwe Mark Zuckerberg. Daarvoor is hulp nodig. Zoals de spadeverkopers bij de goudkoorts, steken in de huidige start-up-rush tal van initiatieven de kop op die ondernemers naar het grote succes moeten leiden. Maar strooien ze hen geen zand in de ogen?

De tijd van garages is voorbij. Steve Jobs, Bill Hewlett en David Packard startten hun bedrijven destijds wel vanuit een garage, vandaag is dat anders. Wie nu de nieuwe Mark Zuckerberg wil worden kent twee woorden: incubator en accelerator. Ze beloven een snelkookpan voor technologiestart-ups te zijn. Maar klopt die claim wel?

Maar eerst: wat zijn dat, incubatoren en acceleratoren? Bondig gesteld bieden incubatoren bedrijfjes kantoorruimte aan, gratis koffie en begeleiding. Acceleratoren jagen start-ups door een groeiprogramma van enkele maanden met coaching. Vaak krijgen ze ook geld, in ruil voor aandelen in het bedrijf. Er bestaan ook veel mengvormen van beide concepten.

Technologiestart-ups zijn hot. Entrepreneur worden is hot. En daardoor ook de acceleratoren en incubatoren. ‘Zoals dat ook ging bij de goudkoorts, zijn het ook de verkopers van spades die een boost kennen’, zegt professor Omar Mohout aan de Antwerp Management School en gespecialiseerd in ondernemerschap.

Explosie
Het aantal incubatoren en acceleratoren explodeert daardoor, ook in België. Professor Mohout becijferde dat in België alleen al meer dan zestig initiatieven bestaan. Sommigen op poten gezet door overheidsinstellingen, zoals iStart van het kenniscentrum iMinds. Anderen door privébedrijven, zoals Startit@KBC van… uiteraard, KBC.

‘Zulke programma’s worden gehypet’, zegt Jeroen Corthout van de start-up Salesflare, die ervaringen heeft in de Antwerpse accelerator Idealabs (waar tot voor kort Telenet achter zat) en nu in de incubator Startit@KBC zit. ‘Als je tot een programma wordt toegelaten, dan geeft dat een kick’, zegt hij. ‘Dan denk je eventjes: “mijn carrière kan niet meer stuk”. Maar toegelaten worden is een kortetermijndoel, terwijl een start-up runnen eigenlijk over de lange termijn gaat: een bedrijf laten groeien.’

Een groot deel van de verklaring voor die hype ligt in de VS. Enkele topprogramma’s zoals Y Combinator en TechStars brachten er al grote namen voort, zoals Airbnb en Dropbox. ‘En in de ondernemerswereld is een passage bij die programma’s meer waard dan een diploma van Harvard of Yale’, zegt professor Mohout.

Het probleem is dat lang niet elke accelerator op dat niveau staat. Verre van, zelfs.

Smoesje
‘Ik betwijfel of veel van die omgevingen een echte meerwaarde bieden’, klinkt het scherp. We zitten aan tafel met Fred Destin, Belg en partner bij Accel, een van de voornaamste investeringsmaatschappijen voor techbedrijven ter wereld. Om te illustreren hoe voornaam: Accel investeerde onder meer in Facebook, Spotify en Slack. Van incubatoren en acceleratoren heeft hij geen hoge pet op. ‘Ik denk vaak dat ze een smoesje zijn om te zeggen dat je innovatief bezig bent, in plaats van echt innovatieve bedrijven op te bouwen.’

Volgens hem hangt alles af van de kwaliteit van de mentoren. En goede mentoren zijn schaars. ‘Er zijn veel mensen met meningen’, zegt hij. ‘Maar mensen die echt betrokken zijn en bedrijfjes door een moeilijk groeiproces loodsen? Dat is moeilijk.’

Dat er in België wel zestig initiatieven zijn, vindt de geldschieter compleet absurd. ‘We hebben er geen honderd nodig’, zegt hij. ‘In België volstaat een vijftal.’

Kaf en koren
Een mening waar Nicolas Christiaen helemaal akkoord mee gaat. Want hij wéét wat een goed programma is. Zijn start-up Cashforce doorliep immers het prestigieuze Techstars in de States. ‘De kwaliteit van de mensen en van het netwerk zijn de bepalende factoren’, zegt hij. ‘Anderen proberen ook initiatieven te starten, maar wie zijn de mensen daarachter? Wat is het netwerk? Velen hebben vier of vijf goede mensen. Bij Techstars werk je samen met de ene blockbusterna de andere. It’s a different league.’

Die vaststelling wordt gedeeld door Bill Aulet, professor ondernemerschap aan de befaamde Amerikaanse universiteit MIT. ‘Een goede accelerator is heel nuttig, maar de meesten zijn dat niet’, zegt hij. ‘De vraag is vele malen groter dan het kwalitatieve aanbod en er zijn velen die in dat gat springen.’

Wat incubatoren betreft – die gratis werkplekken met gratis koffie – was onderzoek van professor Aulet zelfs vernietigend: de gezellige sfeer verhindert vaak dat start-ups in de buitenwereld het succes gaan zoeken. De warme cocon van het bohemien startup-wereldje maakt dat ze stagneren. Terwijl het in start-upland toch allemaal gaat om twee dingen: explosieve groei en het grote succes of snel falen, zodat je met opgedane kennis beter voorbereid aan iets nieuws kunt beginnen.

Of hoe Fred Destin het verwoordt: ‘Incubatoren zijn vaak een gratis werkplek en wat gratis koffie. En ik betwijfel of dat mensen helpt om echte bedrijven uit te bouwen.’

Ondernemer Nicolas Christiaen is zich goed bewust van het warme dekentje dat een start-upomgeving kan zijn, en hoe verraderlijk dat dekentje eigenlijk is. ‘Incubatoren zijn tof, maar ze kunnen ideeën in leven houden die er eigenlijk al niet meer hadden mogen zijn’, zegt hij.

Dat in tegenstelling tot een goed, intensief accelerator-programma van enkele maanden. Eentje van het kaliber van Techstars. ‘Daar wordt je start-up in stukken gereten. Als je niet goed genoeg bent, dan weet je dat daar sneller dan gelijk waar. Het is snel omhoog, of snel naar beneden.’

Keerzijde
Dat is een flinke boterham aan kritiek. Maar, eerlijk is eerlijk: zowel vriend als vijand erkent dat die initiatieven, hoe gebrekkig ook, toch voordelen bieden. Beter iets dan niets. Zoiets.

Zo beklemtonen ondernemers Nicolas Christiaen en Jeroen Corthout allebei hoezeer die omgevingen hen wel degelijk hebben geholpen. Doordat het hen in contact bracht met andere ondernemers en met interessante partners, bijvoorbeeld. Of hoe de ondersteuning die ze kregen wat hooi van hun vork nam, zodat ze op hun bedrijf konden focussen. Die initiatieven afvallen, doen ze niet. Of zoals Karen Boers van koepelorganisatie Startups.be het stelt: ‘Meestal zijn start-ups erg dankbaar voor alles wat ze gekregen hebben.’

‘Vijf jaar geleden was er niets in Vlaanderen’, voegt Jeroen Corthout toe. ‘Nu zijn er een reeks initiatieven en dat veranderende landschap heeft ook vele beloftevolle start-ups voortgebracht.’

Ook professor Omar Mohout is globaal genomen positief. ‘Die initiatieven werken drempelverlagend om te ondernemen.’ Zo heeft hij veel lof voor het programma iStart van iMinds. En ook andere initiatieven die startende ondernemers ondersteunen, zoals op de Corda Campus in Hasselt, krijgen van hem een nadrukkelijke high five.

Facebook
Rest nog de hamvraag of een start-up vandaag nog ook succesvol kan zijn zónder zo’n accelerator of incubator. Op de ‘ouderwetse’ manier, geheel op eigen kracht? MIT-prof Aulet is categoriek: goede programma’s hebben wel degelijk een meerwaarde en kunnen een godsgeschenk zijn voor ondernemers. Maar ze moeten wel goéd zijn, en starters moeten erg selectief zijn tot welk programma ze toetreden.

Maar wat dan met Facebook? Dat heeft toch ook nooit in zo’n programma gezeten? Bill Aulet lacht: ‘Dat is net als zeggen dat LeBron James (Amerikaanse NBA-ster, red.) geen basketbalcoach had.’

 

Bron: Karsten Lemmens – redacteur economie bij De Standaard.

 

Reageer