Gerechtelijke vonnissen geven je een vals gevoel waardoor “rechtspraak” krom wordt.

Gerechtelijke vonnissen geven je een vals gevoel waardoor “rechtspraak” krom wordt.

Delen op

Gelijk hebben en gelijk krijgen zijn twee verschillende zaken in vonnissen bij gerechtelijke procedures in burger of handelszaken. Vaak zit er een enorme discrepantie tussen gelijk hebben en het ook krijgen. Het verschil tussen deze grootheden ligt vaak besloten in het wel of niet kunnen leveren van bewijs. Maar naast het bewijs is er nog een aspect dat het verschil kan maken; de “prestatiekosten” die worden aangerekend door uw advocaat om uw rechten te verdedigen.

Ongeacht je volledig in het gelijk gesteld bent in een vonnis, het eindresultaat is steeds dat je kosten hebt aan een procedure. Als ik win, betaal ik nog altijd mijn advocaat! Want maak je geen enkele illusie, advocaten zullen er wel steeds voor zorgen dat hun ereloonnota de rechtsplegingsvergoeding overschrijdt. Immers voor advocaten dekt de vergoeding van gemaakte advocaatkosten, de zogenaamde de rechtsplegingsvergoeding, nooit de gemaakte kosten. Want iedereen weet dat advocaten erelonen vragen zoals het hen uitkomt.

Advocaten mogen hun erelonen in alle vrijheid vastleggen. Er bestaan geen vaste, wettelijke tarieven en de advocaten willen dat het liefst zo houden. Volgens hun “deontologie” moeten erelonen “billijk en gematigd” zijn…. wat dat ook mag betekenen. Mij lijkt het een vrijbrief voor misbruiken, iets wat duidelijk dagdagelijks voorkomt als je de ervaringen tussen cliënten en advocaten op het internet erop naleest.

En dan heb ik het nog niet over de rechters. Een ander persoon, een rechter, die oordeelt over een zaak waar hij niet direct persoonlijk bij betrokken is. Dat is het basisprincipe waar ons rechtssysteem op gebouwd is. Maar een rechter is ook maar een mens, met gevoelens, eigen percepties, ervaringen en (persoonlijke) belangen/verlangen. Ongeacht dat steeds het tegenovergestelde wordt beweerd hebben persoonlijk ervaringen van rechters wel degelijk invloed op de uitspraken in vonnissen. Overbelast met handels- en burger dossiers kunnen zijn nooit elk processtuk grondig behandelen. Daardoor worden er soms vonnissen verstreken die noch kant nog wal raken. En de gevolgen zijn voor jou want dat gerechtelijk vonnis wordt dan als een loterij van geluk met direct invloed op je leven. En als je niet akkoord bent, dan kan je nog altijd in beroep gaan, is de redenering bij de magistratuur.

Uiteindelijk is het de rechtzoekende en rechtverkrijgende hun probleem. Want als je in een zaak toch in beroep wilt gaan tegen een vonnis moet je eerst en vooral overwegen of het wel de moeite loont om dat te doen. Het gaat dus niet om het recht zelf maar om de kost van ereloon voor je advocaat als je je gelijk wilt halen. Veelal gaan mensen niet in beroep juist om die torenhoge advocatenkosten. Want voor dagdagelijkse handels- en burgerzaken loopt de kost voor je advocaat soms hoger op dan een onterechte eis alsnog te voldoen, ongeacht je gelijk. Daardoor krijg je krom recht en gaat eerlijke rechtsspraak volledig verloren.

Ons rechtssysteem zou één van de trotse pilaren van onze beschaving moeten zijn. Maar iedereen die er al eens in contact is gekomen weet maar al te goed dat het recht krom is. Twee honden vechten om één been en de advocaat loopt ermee heen. In een theoretisch perfecte maatschappij wordt de feitelijke waarheid als allerhoogste goed beschouwt, zoals het dus bedoeld is.

Helaas, advocaten werken niet op die manier. Primaire bron van belang voor het leeuwendeel van deze dames en heren zijn de klanten, hun geld en hun grieven. Advocaten verdienen veel geld aan gerechtelijke procedures, hoe meer hoe liever. Hoe obscuurder het gerechtelijk systeem des te beter want deze wolven hebben er in grote mate hun bestaansrecht aan te denken.

 

Lees meer:

2 REACTIES

  1. En uw oplossing is? Erelonen verlagen? Of cirteria beter vastleggen, op zijn minst. Volledig voor te vinden, er is idd teveel misbruik. Maar gaat dat de rechtspraak terug recht trekken? De overbelasting van het systeem wegwerken? Het zal wél leiden tot méér procedures, want hey, de advocaat kost me toch (quasi) niets, komaan hop, naar het gerecht!

    Meer middelen investeren in de rechtsstaat? Ik ben pro. Maar dat wordt lastig, we zitten nu al met enorme tekorten. Waar gaan we het geld halen? ’t Is niet door alle vreemdelingen buiten te houden dat dat het gat gedicht zal worden (ze radicaal buiten houden vergt veel middelen, die dan weer niet in rechtspraak kunnen worden geïnvesteerd).

    Zorgen voor minder zaken? Is dat beter? Beter een overbelaste rechter dan geen rechter, dunkt me zo? En indien een advocaat me niets kost, ga ik net snéller naar de rechtbank, ahja, ik moet niet meer nadenken over de financiële gevolgen van mijn proceduregoesting.

    Eigenrichting? Sowieso geen optie: dan maakt gelijk hebben helemaal niet meer uit. En heb je geen neutrale instantie meer die beslist. Enkel spierballen maken dan nog uit.

    Dus graag verneem ik wat u dan wel voorstelt, om ons rechtssysteem te verbeteren.

    • Veel mensen hebben geen idee waar ze staan. Ze herkennen hun probleem niet goed meer als juristen hun diagnose hebben gedaan. De juridische professie heeft een sterke hang naar maatwerk voor iedereen in elke situatie. Maar hierdoor worden regels zo specifiek en zo veranderlijk dat mensen daar geen staat op kunnen maken. Voorbeelden zijn ingewikkelde regels voor alimentatie, de onduidelijke spelregels voor afwikkeling van geschillen over aandelenlease/woekerpolis, de nieuwe regels over ontslag in de Wet Werk en Zekerheid en de complexiteit van het erfrecht dat alleen te doorgronden is voor zeer goed ingevoerde specialisten.

      Veel voorbeelden van problemen die mensen tegenkomen, liggen bovendien op het grensvlak van straf- en bestuursrecht of op het grensvlak van publiek- en privaatrecht. Geschillen over een dakkapel of de kap van een boom kunnen tot los van elkaar staande publiekrechtelijke en privaatrechtelijke procedures leiden. Waar de rechtsbedeling zo complex is, worden mensen makkelijk speelbal van hun eigen bange vermoedens of van andermans bluf. Van de zogeheten schaduw van het recht kan een veel sterker structurerende werking uitgaan wanneer de rechtsregels voor de meest voorkomende problemen eenvoudig hanteerbaar zouden zijn:

      Ondoorzichtigheid van de markt: Wanneer men denkt juridische hulp nodig te hebben, is het bepaald geen sinecure iets passends in te huren. Kwaliteit noch specialisaties zijn voor de klant makkelijk in te schatten. Bovendien vinden mensen het ingewikkeld de eigen rechtsvraag helder te formuleren.

      De Tornooivorm: Of juridische dienstverleners dat nu willen of niet, hun werk in de rechtszaal en daarbuiten voegt zich vanzelfsprekend naar de zogeheten ‘toernooivormen’ die de basis vormen onder ons procesrecht: eis tegenover verweer, standpunt tegenover standpunt, argument tegenover argument. De toernooivorm is kostbaar en vaak niet de meest succesvolle vorm om een conflict of misstand te verhelpen.

      Hoge prijs voor individuele dienstverlening en te weinig standaardisatie: Juridische bijstand in de vorm van individueel advies, begeleiding en vertegenwoordiging door een advocaat is kostbaar voor individuen en voor kleine bedrijven. De vraag is of dit in het licht van de aard van een zaak of conflict altijd nodig is. In het huidige systeem zit te weinig prikkel tot standaardisatie. Behandelingen van juridische problemen volgens algemeen aanvaarde werkwijzen kunnen leiden tot verlaging van kosten, verhoging van kwaliteit en vergroting van de transparantie.

      Stilstand: De discussie over de werking en toegankelijkheid van het rechtssysteem schiet voortdurend in dezelfde groef van bezuiniging tegenover minimale rechtsstatelijke waarborgen. Het systeem zelf zit volkomen vast en is niet meer in staat om oplossingsroutes te genereren die meer maatschappelijke waarde toevoegen. Er zijn wel allerlei innovatieve initiatieven maar die komen nauwelijks uit de marge. Het lijkt er ook op dat veel advocatenkantoren te klein zijn om gericht aan innovatie en standaardisatie (vorige punt) te kunnen werken. Op deze manier komen we er niet achter waar en hoe het beter kan.

      Tegenover deze imperfecties staat een veelheid aan nieuwe kansen om precies deze problemen aan te vatten. Er is allerlei nieuwe technologie en er is steeds betere kennis over conflictbeslechting, over slachtofferschap en over verwerking van leed. Daarnaast is er een breed aanbod van mensen met vaardigheden en kennis om die nieuwe mogelijkheden in potentie te benutten. Bovendien is er bij juridische professionals veel animo om betere diensten te leveren en is er een publiek dat op veel (soms zeer uiteenlopende) manieren zelf-redzamer is. Hier komt bij dat er wel degelijk allerlei innovatie is bij een diversiteit van formele en informele aanbieders, die het elk op een eigen terrein vaak goed doen. Deze innovaties lijken echter moeite te hebben om voldoende schaal te ontwikkelen.

      Een onderliggend vraagstuk is dat van gevestigde belangen en verdienmodellen. Slimme innovaties hebben tot doel betere oplossingen te bieden in kortere en snellere procedures. Maar juist de procedures zijn de grondslag voor het werk en het inkomen van de beroepsgroep. Over de volle breedte. Hiervan gaat een perverse prikkel uit die op de een of andere manier moet worden bestreden of aangevuld met prikkels de goede kant uit.

      Ten slotte bestaat de indruk dat de ‘markt’ voor geschiloplossing en ordening van menselijke verhoudingen in potentie veel groter is dan hetgeen nu wordt bediend. Bezuiniging op overheidsbekostiging doet diezelfde markt in de praktijk echter juist krimpen. Hiermee krimpt ook de ruimte voor vernieuwing.

      Om de toegang tot recht in te verbeteren, zouden volgende suggesties kunnen overwogen worden:

      1. Een expliciet beleden moraliteit van juridisch vakmanschap ten dienste van de samenleving. Ten minste een deel van de opleiding van juridische beroepsbeoefenaren moet gewijd zijn aan de ethische waarden die bij de uitoefening en organisatie van het vak horen. Dit geldt ook voor hun permanente bijscholing. Kern hierbij moet steeds zijn: ’wat was ook weer de bedoeling, wordt mijn cliënt hiermee echt duurzaam geholpen?

      Wat juristen vooral zou moeten verbinden zijn waarden: hoor en wederhoor, respect voor mensen met al hun eigenaardigheden, erkenning voor een probleem dat ze boven het hoofd groeit, rechtvaardige en werkbare oplossingen, transparante criteria daarvoor die gelijke behandeling bevorderen. De uitoefening van het juridische beroep gaat gepaard met fundamentele dilemma’s, zoals bijvoorbeeld die tussen commerciële en cliëntenbelangen. De maatschappelijke meerwaarde van de juridische beroepsuitoefening is erbij gebaat als de beroepsbeoefenaren met enige regelmaat expliciet op deze dilemma’s reflecteren. Zo ontstaat meer evenwicht tussen het technisch-juridische en het dienstverlenende, maatschappelijke en intermenselijke belang van de juridische beroepsuitoefening. Zo wordt de afstand tussen de juridische werkelijkheid en de echte wereld verkleind.

      2. Een IKEA-test helpt de regels praktischer maken Als het erop aankomt, kun je het dan zelf? Deze vraag wordt wel de IKEA-test genoemd naar de eenvoud van de zelfbouwmeubels en bijbehorende handleidingen van het Zweedse woonwarenhuis. Nieuwe regelgeving waar veel burgers mee te maken krijgen, zou aan de IKEA-test moeten voldoen. Als voortschrijdend programma zou bestaande wetgeving ook op dit niveau moeten worden gebracht, evenals de regels die anderen dan de wetgever vormen, zoals de rechtspraak. De IKEA-test impliceert bovendien dat wetgeving en procedures van een toegankelijke handleiding worden voorzien. De IKEA-test beoogt een structurele ommekeer in het almaar complexer worden van de juridische omgeving. Als de regels helderder worden, zullen mensen er makkelijker gebruik van maken en naar handelen. Hierdoor groeit de toegang tot recht, terwijl de gang naar de rechter daalt. Tevens zouden mensen makkelijker de juiste route door het recht kunnen vinden of daarnaar verwezen kunnen worden.

      3. Prikkels om oplossingen te stimuleren in plaats van procedures. Oplossingen belonen in plaats van procedures. Het klinkt eenvoudiger dan het in praktijk kan zijn. Toch moeten er stappen gezet worden om perverse prikkels te vervangen door of aan te vullen met prikkels ‘de goede kant op’. Enkele denkrichtingen om dit te realiseren zijn:

      a. rechters verantwoordelijk maken voor een zo goed mogelijke oplossing van het conflict als geheel (in plaats van slechts voor de voorliggende claim). Dit impliceert bijvoorbeeld dat problemen van een gemengde privaat- /publiekrechtelijke aard of van gemengde privaat-/strafrechtelijke aard bij één geschilbeslechter worden ondergebracht.

      b. Voor multi probleem gevallen zouden sociaal raadslieden bekleed kunnen worden met doorzettingsmacht, waarbij de rechter toeziet op rechtsbescherming en onpartijdigheid. De raadslieden worden beloond als ze de situatie duurzaam oplossen, ook (of zelfs extra) als ze een conflict oplossen zonder het systeem te belasten.

      c. Er is onvoldoende uitdaging voor rechtshulpverleners (of gerechten) om bepaalde zaken effectiever en gestandaardiseerd te behandelen en daardoor voor meer zaken goede oplossingen te bieden. De vergoedingen voor gesubsidieerde rechtsbijstand zouden kunnen worden vervangen door maximumvergoedingen. Dit kan per uur maar ook per zaaktype. Om effectief te zijn zou hieraan een tariefafhankelijke eigen bijdrage moeten worden gekoppeld. Een andere optie is een vast bedrag per zaak, zodat een prikkel ontstaat om zo oplossingsgericht mogelijk te werk te gaan. Advocaten, gerechten en anderen moeten de financiële mogelijkheid krijgen om innovatief aanbod met een passend verdienmodel te ontwikkelen in het gesubsidieerde segment (bijvoorbeeld voor zaken waar ze veel routine in hebben).

      d. Het instellen van een aantal jaarlijks uit te reiken onderscheidingen (inclusief ‘Oscar’-uitreiking) voor meest vernieuwende en succesvolle conflictbeslechting – in verschillende categorieën. Ten minste enkele van deze onderscheidingen zouden moeten worden toegekend voor beste beloningsvorm van een oplossing (i.p.v. procedure) voor cliënten.

      e. Bij verplichte procesvertegenwoordiging kan een (vrijwillige) bijdrage worden gevraagd ten behoeve van een op te richten pro deo fonds.

      Dit voorstel beoogt stap voor stap een ander kostenbewustzijn te initiëren: er zijn genoeg partijen die goede oplossingen willen bieden, maar de wind van de betaling waait consequent een andere kant op. Het voorbeeld van de almaar voortslepende woekerpolisaffaire illustreert dit fenomeen: zonder dat van enige afzonderlijke procedure gezegd kan worden dat die overbodig zou zijn, krijgt het geheel een volstrekt eigen dynamiek en blijven oplossingen uit. Het onderbrengen bij één geschilbeslechter die verantwoordelijkheid krijgt over een conflict als geheel is effectiever dan het afzonderlijk harmoniseren van bestuursrechtelijke en civielrechtelijke procedures. De bijdrage aan het pro deo fonds leidt tot een zekere herverdeling van opbrengsten van advocaten(kantoren) die weinig naar advocaten (kantoren) die veel toevoegingen doen. De bijdrage is gekoppeld aan de verplichte procesvertegenwoordiging omdat die tot een zekere mate van monopolievoordelen leidt.2 Dit voorstel draagt tegelijk bij aan suggestie nummer 1: het bevorderen van een expliciet beleden moraliteit van het vak ten dienst van de samenleving.

      4. Een right to challenge geeft nieuwe toetreders een kans. Er zou een breed en algemeen toepasbaar right to challenge kunnen worden geïntroduceerd waarmee innovatieve aanbieders bestaande procedures kunnen vervangen door betere. Rechtbanken, rechtsbijstandverzekeraars of vernieuwende ICT-en-recht-bedrijven die een betere of kosteneffectieve manier van behandeling van bijvoorbeeld huurgeschillen ontwikkelen, zouden de bestaande procedures moeten kunnen uitdagen. Na een geslaagde pilot, zouden zij een kans moeten krijgen op landelijke invoering, snel aangepaste regelgeving en (waar nog nodig) subsidie.

      Een dergelijke right to challenge opent de deur voor een verscheidenheid aan kleine en grotere innovaties die vanuit andere kennisgebieden het juridische terrein structureel zouden kunnen verbeteren. Het zet een proces van evolutie in gang: stap voor stap helderder, toepasbaar en praktischer, zonder revolutionaire stelselwijzigingen. Dit biedt bestaande partijen tevens de mogelijkheid innovatie te omarmen en zelf speler te worden in de stapsgewijze verbetering. Veel beroepsbeoefenaren lijken angstig voor een krimpende markt, terwijl de maatschappelijke behoefte aan werkzame juridische dienstverlening juist groeit. Buurtbemiddeling, mediation, herstelrecht en online conflictbeslechting lenen zich stuk voor stuk voor exploratie door ondernemende private partijen. De overheid zou deze ontwikkeling kunnen bevorderen en zo het aanbod van rechtvaardige oplossingen juist vergroten en daarmee tevens meer ruimte voor vernieuwing en verbetering creëren. Hierbij is het steeds van belang dat een rechter kan toetsen of geschilbeslechters onpartijdig zijn en niet de belangen van (sommige) hulpzoekenden schaden. De wetgeving rond procedures en juridische dienstverlening zou zo moeten worden ingericht dat dit uitdagingsrecht snel en effectief kan worden uitgeoefend. Voorbeelden kunnen worden ontleend aan de medische sector en de sector van penitentiaire interventies, waar nieuwe behandelingen systematisch ontwikkeld en getoetst worden.

      5. ‘Maatschappelijke Doelen’ voor een betere werking van ons rechtssysteem. Een brede gezaghebbende werkgroep benoemt de acht meest urgente maatschappelijke problemen op het gebied van de werking van het recht. De werkgroep agendeert met veel tamtam het oplossen van deze acht problemen over een periode van de komende tien jaar. De werkgroep benoemt tevens indicatoren om de voortgang te kunnen bijhouden en beschikt over middelen om jaarlijks voortgang te meten en rapporteren. Naar analogie van de werking van de Millennium Goals van de Verenigde Naties, of indertijd de doelstelling om het aantal verkeersdoden terug te brengen, zal dit voorstel allerlei actoren verleiden zich op de oplossing van de genoemde acht problemen te gaan richten. Oplossingen kunnen uit onverwachte hoek komen. De kunst wordt om maatschappelijke problemen die met de werking van het recht te maken hebben, precies te benoemen. Bijvoorbeeld: kinderen mogen niet meer de dupe zijn van een echtscheiding. Of: massaschadezaken moeten binnen een jaar tot een structurele oplossing komen. De ervaring met de Millennium Goals leert dat goed geformuleerde maatschappelijke doelstellingen – in termen van problemen van burgers – die consequent in het openbaar gemonitord worden, een grote invloed kunnen hebben op de oriëntatie van een heel veld. Als betekenisvolle consequentie zou het bovendien hebben dat de praktijk van stap voor stap verbetering ook in breder perspectief kan worden gewaardeerd. De samenstelling van de werkgroep is bewust breder dan de juridische wereld.

      6. Een IENS voor het rechtssysteem maakt de markt transparanter. Waar cliënten slechts zelden een juridische dienstverlener hoeven te kiezen, ontstaat geen ervaring. Om een IENS voor juridische dienstverleners te creëren en bestaande spelers op dit terrein te ondersteunen zou er een challenge kunnen worden uitschrijven – en de beste kandidaat belonen met een zeker startkapitaal. Deze challenge kan zich ook uitstrekken tot transparantie en vergelijkbaarheid van open source contracten en andere digitale producten die op internet te vinden zijn. Meer spelers en meer dynamiek kan alleen gekanaliseerd worden als dat gepaard gaat met voldoende zichtbaarheid van werkzame kwaliteit. Publieke klantrecensies zijn hiervoor onmisbaar – de kunst is om dat mechanisme te versterken en aan te vullen met bijvoorbeeld elementen van peer review. Er zijn al initiatieven in de markt die in deze richting gaan en verdere opschaling verdienen.

Reageer